Wanneer je aan de slag gaat met elektriciteit, is het ten zeerste aan te raden om de stroom uit te schakelen. Doe je dit niet, dan loop je allereerst het gevaar dat er kortsluiting ontstaat, maar bovenal loop je zelf het gevaar op elektrocutie. Schakel dus altijd de stroom af; werken met elektriciteit kan levensgevaarlijk zijn!

De stop uitschakelen

De eenvoudigste optie om de stroom uit te schakelen, is om de stop simpelweg uit te zetten. Zoek op welke stop hoort bij de ruimte waarin je aan de slag gaat, en zet die stop uit. Wanneer je een automatische stoppen hebt, kun je de stop gewoon met de schakelaar uitschakelen. Wanneer je schroefstoppen hebt, kun je de stop er uit draaien.

Voor de zekerheid kun je met een spanningszoeker controleren of er echt geen stroom meer op het net staat. Controleer alvorens je dit doet, wel even of de spanningszoeker naar behoren functioneert. Je zult niet de eerste zijn die vanwege een defecte spanningszoeker ten onrechte denkt dat de stroom van het netwerk is gehaald.

Doe na het uitschakelen van de stroom de deur van de meterkast op slot of hang heel duidelijk een briefje bij de stop dat je deze hebt uitgeschakeld. Zo weten je medebewoners dat er gewerkt wordt en de stroom absoluut niet ingeschakeld mag worden.

De aardlekschakelaar uitschakelen

Mocht je twijfelen over welke groep je precies uit moet schakelen, dan kun je ook gewoon de aardlekschakelaar uitschakelen. Zo is in de hele woning de stroom van het net. Dit is ook de meest praktische oplossing wanneer je in verschillende ruimten aan de slag gaat. Je hoeft dan niet meerdere stoppen uit te schakelen en te controleren of de stroom er wel echt af is.